
Met
arbeidsmomenten van 0,1 kgcm tot 2.763 kgcm en excentrische
krachten tot 119 kN kunnen AViTEQ-onbalansmotoren
apparaten
van meer dan 11.000 kg eigengewicht bewegen.De genoemde
gewichtsbereiken gelden voor apparatuur die met twee motoren wordt
aangedreven.
In de praktijk wordt de trilbreedte Sn aan de bovenkant
begrensd door
de versnelling die het gebruiksapparaat kan verdragen (levensduur) en
aan de onderkant door de versnelling, waarbij het product stilstaat.
Positie van de motoren: Met onbalansmotoren kunnen
afhankelijk van de
positie; elliptische, cirkelvormige of rechtlijnige trilbewegingen van
het transportgedeelte worden opgewekt.
- Synchroon tegen elkaar in draaiend dubbele
aandrijvingen,
wekken een lineaire
trilbeweging op; bijv. bij
triltransportgoten
of -buizen.
- Enkele aandrijvingen, die in het zwaartepunt
zijn
geplaatst, wekken een
cirkelvormige trilbeweging op; bijv.
bij
zeven.
- Enkele aandrijvingen, die buiten het
zwaartepunt zijn
geplaatst, wekken een
elliptische trilbeweging op; bijv.
voor het
kloppen van bunkers.
De motoren moet worden gemonteerd op een vormstijf
aandrijfgedeelte,
omdat er anders kans op scheuren bestaat en/of de motoren zichzelf niet
kunnen synchroniseren. Zelfs het kortstondig laten lopen met verkeerde
draairichting kan al grote schade aan het transportgedeelte opleveren.
Bij grote lange transportapparaten wordt dwarstrilbewaking
toegepast.
Hiermee wordt ook een onjuiste draairichting
gedetecteerd. Een trilapparaat is correct gebouwd, als een
hoge mate
van stijfheid wordt bereikt bij een laag gewicht. Verstijving door het
toepassen van ribben, op de juiste posities, zijn een laag gewicht en
hoge stijfheid geen tegenstrijdige eisen.